Geschiedenis

Voorstelling van de gemeente

De gemeente Linter ontstond in 1971 als een fusie tussen Neer- en Drieslinter. In datzelfde jaar werd ook Groot-Orsmaal gevormd. Dit was een fusie tussen Orsmaal-Gussenhoven, Overhespen, Neerhespen en Melkwezer. Onze gemeente zoals we ze vandaag de dag kennen, telt 7.183 inwoners en zag in 1977 het levenslicht door Groot-Orsmaal, het toenmalige Linter en Wommersom samen te voegen. De gemeentenaam Linter betekent volgens naamkundigen ‘de nederzetting bij de Lintara’. De Lintara was de vroegere benaming van de Genovevabeek, die in Tienen ontspringt. De zeven deelgemeenten van Linter zijn:WommersomDrieslinter, Neerlinter, Orsmaal-Gussenhoven, Overhespen, Melkwezer en Neerhespen.

De deelgemeenten van Linter en hun geschiedenis

In Wommersom (1759 inwoners) werden sporen van bewoning uit de steentijd in het gehucht ‘Steenberg’ gevonden. In de opsomming van de kerken van de dekenij Zoutleeuw in 1139 komt de dorpsnaam Wommersom voor de eerste keer voor als Wolmersheym. Deze naam gaat terug op de Germaanse samenstelling ‘Wolamaeris haima’, dit is ‘de woning van Wolamaer’. In Wommersom stond een houten bedehuis dat door Frans-Hollandse legers in brand werd gestoken. De Walsberghoeve was ooit een commanderij (landgoed dat door een hooggeplaatste in een ridderorde wordt bestuurd) van de Johanniter (later Sint-Jans- of Maltezerorde genoemd) Walsberg komt al voor in 1218 als Walsberga en betekent ‘berg van Walho’. Eind 16de eeuw kwam er een eind aan de bloeiende ontwikkeling van Wommersom: Spaanse soldaten trokken op plundertocht, de Gete stroomde over, graanoogsten mislukten, pest en melaatsheid braken uit. Er bleven slechts 200 bewoners over. Tot 1559 behoorde Wommersom tot het bisdom Luik. De bekende dichteres Julia Tulkens-Boddaer (1902-1995) woonde een tijd lang in Huize Wissebos in Wommersom.

6. het kasteel van Wommersom
Klik om te vergroten
Het huidige kasteel werd in 1880 gebouwd op de grondvesten van zijn twee voorgangers.

In de volksmond was Drieslinter (1569 inwoners) opgedeeld in Voorste Dries (vanaf Neerlinter tot de school) en Achterste Dries (tot de grens Budingen). In 1911 werd Drieslinter een zelfstandige gemeente. Voordien behoorde het gehucht tot Neerlinter. In 1661 werd het eerste gedeelte van de watermolen van Drieslinter gebouwd. Deze gebruikte men voor de winning van olie uit lijn- en koolzaad. In het huis aan de achterkant van de molen werd in 1794, onder Frans bewind, bier gebrouwen. Drieslinter kende een grote bloei dankzij de inplanting van een station. Eind 19de eeuw startte men met de aanleg van de “IJzeren Weg”, een spoorweg met als traject Tienen-Sint-Truiden-Tongeren en Tienen-Diest. Vooral suikerbieten, kolen, cement, stro en meststoffen werden vervoerd. Ook tal van mijnwerkers uit de omliggende dorpen vertrokken van hieruit richting Luik of Charleroi.

Terug naar boven


8.Watermolen Drieslinter
Klik om te vergroten
De zijarm van de Grote Gete, die de molen van water voorzag, werd in de jaren zeventig gedempt.

Neerlinter (1569 inwoners) komt in 1139 de eerste keer voor als Niderlintere en Nederlintre. Het was een van de oudste heerlijkheden van Brabant. In 1146 ontstond de heerlijkheid Neerlinter door afscheiding van Diest. Het bestond uit de vier gehuchten Neerlinter-Dorp, de Dries, de Heide en de Ransberg. Door slachtingen aangericht door vele vreemde legers en epidemieën kende het bevolkingsaantal heel wat hoogtes en laagtes. De laatste beproeving van het dorp kwam er in 1914, toen Duitsers 76 woningen vernielden. De Sint-Foillanuskerk is het resultaat van verschillende bouwcampagnes die reeds in de 15de eeuw startten. Op het dorpsplein prijkt een standbeeld van de patroonheilige boven een waterpomp, die in 1860 geïnstalleerd werd. Een brand verwoestte in 1693 gedeeltelijk het kasteel van Neerlinter, gelegen op een omgracht domein. In het begin van de 18de eeuw werd het heropgebouwd en later uitgebreid. Op 27 mei 1878 reed de eerste trein langs het traject Tienen-Diest. In 1894 werd Neerlinter Dorp op aanvraag als stopplaats geopend.

Terug naar boven

7.station Neerlinter
Klik om te vergroten
In 1902 kwam er op het traject Tienen-Diest een echte halte in Neerlinter.

Orsmaal-Gussenhoven (942 inwoners) ontstond dank zij het Koninklijk Besluit van 21 augustus 1826. Hiervoor waren het twee los van elkaar staande dorpen. De naam Orsmaal bestaat uit 2 delen. ‘Ors’ of ‘ros’ is het oude woord voor paard. ‘Maal’ is nog niet met zekerheid verklaard. Mogelijk betekent dit woord ‘helling’ of ‘gemeenschapsgrond’. Orsmaal is dus een gemeenschapsgrond of helling waar paarden graasden. Orsmaal was een heerlijkheid (Middeleeuwse bestuursvorm) van de hertogen van Brabant. De dorpsnaam Orsmaal komt de eerste keer voor in het cartularium (een perkamenten boekdeel waarin de gilde alle belangrijke akten uit zijn archief liet kopiëren) van Sint-Trudo in 1139 als Orsmale en Rosmale, in 1143 als Rosmale, op 14 juni 1259 als Ursemale en in 1271 als Orsemale. In 1290 schonk hertog Jan I de heerlijkheid Orsmaal aan jonker Jan van Meldert. De naam Gussenhoven is te reconstrueren als Godtson hofum, dit is ‘de boerderij van Godtso’. Al in het begin van de 14de eeuw was er sprake van een indrukwekkende burcht te Orsmaal ’t Hof ten Steen. Op 2 december 1789 tekende Vander Mersch, commandant-generaal der patriotten van de Brabantse Omwenteling, er de historische wapenstilstand met kolonel Philippe Joseph baron De Brou, in naam van de Oostenrijkse keizer. In 1914 vond één van de hoogtepunten van de slag van Orsmaal plaats bij de Maria-Theresiabrug (brug over de Sint-Truidensesteenweg).

Terug naar boven

5.hof ten steen en kerk
Klik om te vergroten
Oorspronkelijk telde het Hof ten Steen vier hoektorens.

Overhespen (625 inwoners) draagt reeds de eerste sporen van bewoning rond 5800 voor Christus in de bandkeramische cultuur, zo genoemd naar een niet-nomadisch volk met eenvoudige schilderingen op hun aardewerk. Archeologische opgravingen hebben eveneens Gallo-Romeinse begraafplaatsen blootgelegd. De naam van het dorp verschijnt in 980 als Hasbina, in 1139 als Hespine en Hespinne, en daarna rond 1350 als Hespene. De oude zandstenen toren van de Sint-Sulpitiuskerk dateert uit de 13de eeuw. Het dorp had vaak te lijden van oorlogen met Luik en van de Franse-(17de eeuw) en Duitse legers (Wereldoorlog I en II). Evenals Neerhespen behoorde Overhespen tot in 1963 tot de provincie Luik.

Terug naar boven

2.Oude Tiense weg
Klik om te vergroten
De Oude Tiense Weg was in de Romeinse tijd een stuk heirbaan tussen het traject Tienen-Tongeren.

Melkwezer (434 inwoners ) ligt op de zuidelijke helling van de Getevallei. Het dorp behoorde onder de naam Wezer vanaf 1383 tot 1795 tot de Vrijheid Zoutleeuw en was ook op parochiaal vlak niet zelfstandig. De naam Wezer is volgens naamkundigen een voorhistorische waternaam en betekent ‘modderige beek’, of ‘drassig land’. Melkwezer heette in 1645 ook Wezeren brabant tegenover Walswezeren Luyxs (het huidige Wezeren, deelgemeente van Landen). Het later toegevoegde ‘melk’ wijst op de talrijke weiden die Wezer telde. Maar volgens een volkse vertelling was Keizer Karel er ooit op jacht en vroeg hij de bewoners water voor zijn honden. In plaats van water brachten ze melk, wat hem enorm trof. Als blijk van genegenheid noemde hij het dorp voortaan Melk-Wezer! In 1675 komt het dorp voor als Melcqweser onder Leeuwe, in 1703 als melckwesere en in 1711 als Melckwezer.

Terug naar boven

4.Waterhof en kerk
Klik om te vergroten
Van het ooit zo prestigieuze ridderslot ‘Het Waterhof’ rest enkel nog een stal.

Neerhespen (361 inwoners) was van oudsher een Nederlandstalig dorp dat deel uitmaakte van het hertogdom Brabant, meierij (ambtsgebied van een vertegenwoordiger van een vorst of landheer) Tienen. Tijdelijk behoorde het tussen 1795 en 1963 tot de provincie Luik (kanton Landen). Tijdens die periode behoorde Neerhespen tot het bestuurlijk arrondissement Borgworm, het rechterlijk arrondissement Hoei en het bisdom Luik.De naam Hespen is nog niet met zekerheid verklaard. De dorpsnaam zou komen van het Germaanse woord ‘hasp’ wat ‘weide’ of ‘kromming’ betekent. In 1684 brandden de Fransen het dorp geheel af. Ze lieten slechts één huis staan. In 1693 onderging het dorp nog eens hetzelfde lot. De Sint-Mauritiuskerk staat bekend om haar doopvont uit de 11de of 12de eeuw.

3.doopvont
Klik om te vergroten
Het doopvont is gekapt uit blauwe arduin en de opstanding van de doden wordt er op uitgebeeld.

Met dank aan Dr. fil. Paul T.C. Kempeneers

Terug naar boven